De zomer van 2024 staat bij veel mensen nog steeds in het geheugen gegrift. Het weer werkte mee, de temperaturen waren hoog en de zon leek maar niet te willen verdwijnen. Voor iedereen die ervan houdt om uren op het strand door te brengen, was dit een absolute topzomer. Zo ook voor Opa Jan, een man die zijn pensioen het liefst doorbrengt met een handdoek, een koelbox en een dosis humor onder de parasol.
Op het strand is het immers nooit saai. Je ziet er kinderen zandkastelen bouwen, jongeren volleyballen en ouders die zichzelf nog even proberen te herinneren hoe het voelt om écht te ontspannen. Voor Opa Jan was het vooral een plek om te genieten van de zon én van de mensen om hem heen. “Je komt hier altijd iets tegen,” zegt hij glimlachend. En gelijk heeft hij.
Op een van die warme dagen trof Opa Jan iets dat zijn middag compleet maakte. Terwijl hij rustig zijn krant las, ving hij vanuit zijn ooghoek iets bijzonders op. Twee jonge meiden, gewapend met zonnebrillen en lachbuien, besloten spontaan een klein acrobatiekshowtje weg te geven. De een zette haar handen in het zand, gooide haar benen in de lucht en stond ineens ondersteboven. De ander moedigde haar lachend aan en probeerde het trucje zelfs na te doen.
Voor Opa Jan een tafereel om even goed te bekijken. Niet op een storende manier, maar met dezelfde nieuwsgierigheid waarmee je naar straattheater of een circusact zou kijken. “Kijk nou, dat meisje kan zo naar Cirque du Soleil,” grapte hij richting een voorbijganger. De man knikte lachend mee: het was inderdaad een vermakelijk gezicht.